Opgefokte dweil

Arms-Wide-Open

Opgefokte dweil, dat is een begrip dat lange tijd bij mijn leven hoorde. Zwak, moe, overbelast, maar toch op de been blijven. Als alleenstaande werkende moeder is er altijd iets waar je voor moet zorgen en rennen. Stoppen met mezelf voorbij rennen lukt niet. Ik sleep me voort en ben nooit uitgerust. Ontspannen lukt niet. Zodra mijn hoofd op het kussen ligt, malen er allerlei gedachtes door mijn hoofd en ben ik alweer plannen aan het maken voor wanneer ik opsta.

Kom op, je kunt het

Mijn hoofd staat niet stil. Ik ben gedreven, voel me verantwoordelijk en blijft rennen voor anderen. Ik schaam me omdat het niet lukt alle ballen in de lucht te houden. Ik zeg tegen mezelf “kom op, je kunt het” en ik ga maar door. Ook met werken. Ik zeg dan altijd “ik ben niet ziek genoeg om me ziek te melden”. Ik sleep me door de dag heen. ’s Avonds ben ik dan zo moe, dat ik niets meer kan dan een eenvoudige maaltijd maken en dan naar bed. Maar dat betekent dat ik op andere dagen meer moet doen om de was in te halen, boodschappen te doen of andere noodzakelijke klusjes die zijn blijven liggen.

Stoppen is moeilijk

Stoppen is erg moeilijk voor me. Pas als het fysiek niet meer lukt, kan ik stoppen of een stapje terugzetten. Spanningshoofdpijn die op migraine lijkt noodzaakt tot stoppen, of vallen waardoor een dikke knie ervoor zorgt dat ik niet op mijn been kan staan. Tot die tijd ga ik door. Daardoor snapt mijn omgeving niet wat er aan de hand is. Want ik doe toch nog steeds te dingen die nodig zijn? Maar dat gevoel, nooit uitgerust zijn, altijd op m’n tenen lopen, dat is zo vervelend. Ik sleep me door de dag, waardoor ik geen tijd heb voor leuke dingen om de batterij op te laden. Helaas heb ik niemand in de buurt die zegt “ga jij maar naar bed, ik zorg voor de keuken en de kinderen”. Hoe dan ook blijf ik over mijn grenzen gaan. Dat gaat eigenlijk vanzelf.

Moeilijk loslaten

Er zit een soort motor in me die niet stopt. Het heeft me veel tijd en moeite gestopt om te leren op een andere manier te leven. Zorgen voor anderen is iets in me wat ik moeilijk kan loslaten. De zorg voor kinderen met een gebruiksaanwijzing maakt het alleen maar moeilijker om het los te laten, want gaat niets vanzelf. Ik moet altijd extra energie steken in de kinderen, energie die ik eigenlijk niet meer heb.

Grenzen bewaken

Mijn eigen grenzen bewaken en aangeven naar anderen draagt bij aan een leefbaar leven voor mij. Nu wil ik zelf bepalen waar ik mijn beperkte energie aan besteed. Doordat ik nu niet meer oververmoeid ben, krijg ik meer gedaan op een dag. Door veel afwisseling van activiteiten met een goede balans van inspanning en ontspanning voel ik me prettiger in mijn vel. Ook leg ik de lat veel lager. Ik ben tevreden als ik op een dag gedurende een uur actief bezig kan zijn.

Aan een opgefokte dweil heeft niemand iets

Rennen van ’s morgens zeven tot ’s avonds elf uur is verleden tijd. Ik snap sowieso niet dat ik dat jarenlang heb volgehouden. Het bewaken van mijn grenzen is mijn belangrijkste levensdoel geworden. Ik voel me zoveel beter als ik binnen mijn grenzen functioneer en voorkom dat ik mezelf structureel overbelast. Aan een opgefokte dweil heeft niemand iets. Ik hak grote taken in behapbare stukken die in een uur te behalen zijn en plan voldoende rustpauzes in, zo kom ik de dag beter door. Kiezen voor mezelf en mijn gezondheid is belangrijker geworden dan uit automatisme anderen helpen.

Sara de Leeuw

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *