Resultaten onderzoek ADHD en zelfbeeld deel 1

Neurotransmitters

Eva van Gorp heeft onderzoek gedaan naar de impact van ADHD op het zelfbeeld en welbevinden van kinderen en jongeren op school. Onder andere aan de hand van de enquete die door veel van jullie is ingevuld, heeft zij een beeld kunnen schetsen van de impact van ADHD op het zelfbeeld van kinderen en hoe volwassenen terug kijken op de schoolperiode. In een drieluik zetten we de belangrijkste resultaten op een rijtje, het hele onderzoek is te lezen via deze link.

Zelfbeeld door feedback

De vorming van het zelfbeeld van een individu is onderhevig aan een levenslang veranderingsproces. De wijze waarop een persoon over zichzelf denkt wordt onder meer gevormd door de verbale en non-verbale feedback die verkregen wordt vanuit de omgeving. Een spreekwoordelijke spiegel wordt voorgehouden. Reacties en de houding van personen waarmee het individu in aanraking komt geven blijk van goed- of afkeuring van het gestelde gedrag. De uiteraard subjectieve interpretatie van deze reacties maakt dat de persoon het gedrag zal trachten aan te passen en zodoende conformeert. Niemand koestert immers de wens uitgesloten te worden.

Kinderen met ADHD ontwikkelen vaker dan kinderen zonder leerstoornis een negatief zelfbeeld. Ze krijgen vaker te horen dat ze ondermaats presteren of dat hun gedrag niet voldoet aan de verwachtingen. De woede-uitbarstingen, soms met voor de omgeving onduidelijke aanleiding, het herhaaldelijk stellen van storend en/of afgeleid gedrag, het kwijt geraken van spullen, de vergeetachtigheid, zijn allen factoren die zeker niet zullen bijdragen om een neutraal beeld van een kind te vormen, laat staan het te behouden. De feedback die deze kinderen vanuit de omgeving krijgen dient voldoende positieve punten te benadrukken om te verzekeren dat ze zichzelf naar waarde leren schatten.

Problemen voor het kind en de omgeving

De ontwikkelingsstoornis ADHD veroorzaakt problemen voor het kind en de omgeving. Wanneer ouders en leerkrachten het gevoel hebben dat een kind onbereikbaar is of indien het lijkt alsof het meestal niet ‘wil’ luisteren, wanneer het kind ook nog ondoordacht te werk gaat en het niet kan blijven zitten maar vaak van zijn plaats in de klas wegloopt, indien het bovendien praat voor z’n beurt en het ook in een rustige zonder aantoonbare reden in een constante ‘overdrive’ vertoeft, dan is er misschien sprake van de ontwikkelingsstoornis ADHD.

ADHD wekt vaak frustraties op. In de klas of thuis kan een kind met ADHD, door de lichamelijke onrust en een stoornis in het richten van de aandacht, niet opvangen wat de leerkracht of ouders zeggen. Het wordt pas echt verwarrend wanneer datzelfde kind helemaal geen aandachtsproblemen ondervindt wanneer het zich kan storten op iets dat hem of haar boeit en zich er uren in blijkt te kunnen verdiepen. Ook dragen situaties waarbij het kind zich voor de zoveelste keer niet aan de afspraken houdt, ondanks de vele beloftes en de goede voornemens, er niet toe bij om een zorgeloze en positieve atmosfeer in de klas of in gezinsverband neer te zetten.

Hoge eisen

Kinderen met deze aandoening stellen namelijk veel hogere eisen aan de opvoedingskwaliteiten en de inzet van ouders en leerkrachten en aan de verdraagzaamheid van de sociale omgeving dan kinderen gemiddeld doen. Het is dan ook begrijpelijk dat er frustratie ontstaat en groeit bij ouders, familieleden en begeleiders wanneer hun manier van opvoeden en begeleiden ‘tekort’ schiet.

ADHD-gedrag valt niet louter en alleen te verklaren door de opvoeding. Waar men een paar decennia geleden nog van oordeel was dat kinderen met ADHD enkel en alleen moeilijke, slecht opgevoede ettertjes waren die er enkel op uit waren om de klas op stelten te zetten en het gezag van ouders en leerkrachten te ondermijnen, hebben de technologische vooruitgang, de vele studies en longitudinaal onderzoek ondertussen aangetoond dat er wel wat meer aan de hand is dan wat men initieel veronderstelde. ADHD is niet enkel een ‘nurture’ probleem gebleken, maar juist in de hoofdzaak een ‘nature’ aangelegenheid. Zo hebben neurale beeldvorming, neuropsychologie, genetica en neuro-chemische studies nieuw licht geworpen op de werking van de hersenen.

Kenmerken van het ADHD-brein

Consistente data hebben geleid tot hypotheses en conclusies over de kenmerken van een ADHD-brein. Door gebruik te maken van functionele neurale beeldvorming of hersenscans slaagt men er steeds beter in om de pathofysiologie van ADHD en andere aandoeningen verder in kaart te brengen. Studies vergeleken enorme aantallen scans van zowel gezonde als ADHD-breinen. Vanuit deze data werden een aantal hypotheses met hoge waarschijnlijkheidsgraad gesteld en conclusies geformuleerd.

Zo zou bij de ontwikkeling van ADHD onder meer de betrokkenheid aangetoond zijn van het frontostriatale netwerk, de zenuwbanen die de frontale kwab van onze hersenen verbinden met de basale ganglia. Bovendien werd een wijdverspreid disfunctioneren van de neurale systemen en meerdere verstoorde ontwikkelingstrajecten gesignaleerd. Verder heeft men opgemerkt dat de hersenen van een persoon met ADHD gemiddeld 5% kleiner zijn dan deze van een individu zonder ADHD. En stelt men dat de ontwikkelingsachterstand zich juist voordoet in de gebieden die verantwoordelijk zijn voor impulsbeheersing, organisatie, planning en aandacht. Ook meet men beduidend minder activiteit in een ADHD-brein in vergelijking met normale hersenen.

Neurotransmitters en dopamine

Genetisch-moleculaire studies zouden dan weer een ontregeling van neurotransmittersystemen aantonen. Neurotransmittersystemen zijn verantwoordelijk voor de dopamineregeling en kunnen hoogstwaarschijnlijk gezien worden als de oorzaak van de genetische ontvankelijkheid voor ADHD. Op microscopisch niveau stelt men dat er sprake is van een verstoorde neurotransmissie bij een individu met ADHD en dit ter hoogte van de synapsen, of schakelcellen in de hersenen. Meer in detail betekent dit dat er bij een normale hersenwerking dopamine, boodschapper-stofjes tussen hersencellen, vrijgegeven wordt door de ene zenuwcel en via de synaptische spleet informatie doorgeeft aan de volgende. Dit terwijl er in een ADHDbrein sprake zou zijn van ‘hyperactieve heropname van dopamine’, wat zou resulteren in een verstoorde of te lage neurotransmissie. Verschillen in fysionomie zijn dus waarneembaar en meetbaar geworden. De technologische vooruitgang zal in de toekomst ongetwijfeld nog tot vele ontdekkingen en doorbraken op dit terrein leiden.

Oorzaak ADHD

Wat is juist geweten over de oorzaak van ADHD? Ondanks de vele studies en de enorme technologische vooruitgang, heeft de medische onderzoekswereld tot op heden de exacte oorzaak voor de ontwikkeling van het complexe ADHD-ziektebeeld nog niet volledig in kaart kunnen brengen. Wel heeft men kunnen achterhalen dat talloze genetische, biologische en omgevingsfactoren de risicofactoren kunnen vormen. Onafhankelijk van elkaar hebben deze factoren slechts een kleine impact, maar wanneer ze simultaan voorkomen is de kans groter dat deze neurobiologische stoornis zich ontwikkelt of tot uiting komt.

Meer weten over dit onderzoek of benieuwd naar de bronnen? Bekijk het hele verslag.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *